Begin 21ste eeuw
Begin 21ste eeuw wordt op een aantal plaatsen het waterpeil opgezet om bodemdaling te remmen en veen te laten groeien.
Begin 21ste eeuw wordt op een aantal plaatsen het waterpeil opgezet om bodemdaling te remmen en veen te laten groeien.
Opkomst rijkswegenstelsel conform Structuurschema Hoofdwegennet 1966.
Recreatie als beleidsdoel; omslag naar regionale schaal van publieke recreatie zogeheten Groene Sterren.
Nota's Ruimtelijke Ordening.
In 1952 neemt het gebied dat direct of indirect afwatert op het Noordzeekanaal toe met de opening van het Amsterdam-Rijnkanaal.
1940-1945 Tweede Wereldoorlog: consequenties van de Atlantikwall, Festung IJmuiden, voor de sloop van IJmuiden.
Start van de bouw van Schiphol.
Woningwet 1901: wettelijke eisen aan woonwijken en woningen.
In de 20ste eeuw is er toenemend belang van luchtverdediging, van oorlog op land naar oorlog in de lucht.
Meer vrije tijd, herverkaveling van buitenplaatsen tot villaparken met opkomst forensisme.
Elektriciteit: uitvinding gloeilamp 1879 als startpunt van de grootschalige elektrificatie.
Opening Noordzeekanaal: nieuwe oost-westverbinding en internationale slagader. Tegelijk ook een barrière.
Vestingwet. Aanleg Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Aanleg Oranjesluizen.
Flinke schaalvergroting.
Het steeds fijnmaziger spoornetwerk zorgt vanaf 1839 voor goede ontsluiting van het gebied.
Opkomst van sociale wetgeving (arbeid werd duurder; buitenplaatsen onbetaalbaar) en gezondheidszorg. Kortere werkweken, stimuleren van gezonde levensstijl, staatstoezicht op de gezondheidszorg.
Vestingwerken in de steden als stadsmuren en bastions verliezen hun functie en worden ontmanteld.
Vanaf het eind van de 18de eeuw worden de molens geleidelijk opgevolgd door stoom-, diesel- en elektrische gemalen.
De romantiek: verheerlijking van natuur en wildernis.
Kastelen vervallen, worden gesloopt of verbouwd tot buitenplaats; omslag van fortificatie naar lusthof.
In de loop van de 17de eeuw worden veel meren drooggemalen. De omgang met het water krijgt een offensief karakter.
De 'Gouden Eeuw' als periode van welvaart, internationale handel, slavenhandel en militaire dominantie in overzeese gebieden, immigratie en bevolkingsgroei.
Trek naar de buitenplaatsen vanuit de steden.
Het in eind 15de eeuw 'de koe in de wei' dominante landschapsbeeld wordt met name in de 17de eeuw door de landschapsschilderkunst vastgelegd en geromantiseerd.
Introductie van de poldermolen.
In de loop van de 13de eeuw is het NZKG grotendeels bedijkt. De doorgaande dijken maken regionale samenwerking noodzakelijk.
Begin van grootschalige agrarische veenontginningen. De natuurlijke omstandigheden worden op grote schaal naar eigen hand gezet.
De Hollandse gravendynastie versterkt haar machtspositie met de uitgifte van gronden en maakt zo tevens een eind aan de wildernis.
Opkomst Frankische machthebbers.
Ca. 50 n. Chr. valt het gebied buiten het Romeinse Rijk, de vlootstations zijn niet meer relevant.
Tussen 400 v. Chr. en 200 v. Chr. verzandde het Oer-IJ.
5200 BCE bewoning op de strandwallen in het huidige duingebied van Kennemerland.